Stichting Interieurs in Fryslân brengt interieurs woningen en boerderijen in kaart

1924-stichtingleden-en-eigenaren-van-der-beek-en-huidekoper’Elke ontdekking roept weer nieuwe vragen op’ - Welke geheime geschiedenis gaat schuil in de vaak eeuwenoude woningen en boerderijen? Welke karakteristieken van toen zien we nog terug in de inrichting van nu? Stichting Interieurs in Fryslân brengt deze elementen in kaart en legt zo een grote  database aan.

Onlangs bracht de stichting een bezoek aan de monumentale boerderij van Ottoline van der Kreek en Anno Huidekoper aan de  Kouweweg bij de Oasthoek, die bij hun laatste verbouwing de originele elementen zo veel mogelijk hebben bewaard en gerestaureerd.
(foto boven; V.l.n.r. Martha Kist, Klaas Geert Schaafsma, Ottoline van der Kreek en Anno Huidekoper)

1924-aandacht-voor-het-plafondDoor Gerard de Jong - ”Oh wow, fantastisch!” Martha Kist bewondert de voormalige graanschuur van de boerderij van Ottoline en Anno aan de Kouweweg, vlakbij de Oasthoek. Het echtpaar geeft Kist en haar collega Klaas Geert Schaafsma van Stichting Interieurs in Fryslân een rondleiding door de boerderij en de woning.
De oude zolder met zijn nok, bijzondere dikke houten pilaren, de ruimte waar vroeger het vee stond: de twee van de stichting nemen het gretig in zich op.  Schaafsma neemt tientallen foto’s van details waar menigeen aan voorbij zou lopen, Kist tekent de indeling van de verschillende vertrekken na in een schriftje.
In 1987 kwamen Ottoline en Anno in de boerderij aan de Kouweweg te wonen. Er stond in 1600 al een boerderij op het perceel, al staat op de gevel het  jaar 1815. Beide raakten erg geïnteresseerd in de geschiedenis van hun stulpje, en dan met name ook de binnenkant, het interieur, het erf en de  schuur. In 1992 sloeg het noodlot toe: er brak brand uit in de boerderijwoning, waarbij het gezin gelukkig ongedeerd bleef.
”In het begin waren we niet zo bezig met die oude elementen,” zegt Ottoline van der Kreek. ”We wilden vooral snel herbouwen zodat we weer een dak boven ons hoofd hadden, en hadden te weinig geld om te restaureren. Alles stonk nog: de balken, de inbouwkasten… Dus hebben we er gipsplaten tegenaan gezet, zodat de geur  weg was. Wel hadden we de luiken en de deur bewaard, voor later. Twee jaar geleden kwam ter sprake dat we beide eigenlijk niet zo gelukkig waren met het feit dat de oude elementen verstopt waren. Dat was de aanleiding voor de meest recente verbouwing: dat de mooie oude elementen weer voor  het licht kwamen.”
De interesse in de geschiedenis van de boerderij – en dan vooral naar het interieur en het ’binnenleven’ nam – nam alleen maar toe. ”Begin 20e eeuw woonden hier drie gezinnen: de boer, zijn pachter en de hulp. Een klein detail dat daar ook nog naar verwijst is bijvoorbeeld een knip op de deur naar  het grootste vertrek, nu onze woonkamer. Dat was een slot, daar woonde de boer, en daar mochten de anderen niet komen.”
Het zijn dit soort kleine details die, als je er eenmaal op gaat letten, het verleden weer tot leven brengen. Ottoline en Anno leiden ons er geduldig langs. Het ruitvormige raampje in de deur van de bijkeuken naar de schuur, waardoor de boer een blik kon werpen op zijn vee. Een frivool poortje in boogvorm, een oude schouw in de kamer van de pachters, die nu dienstdoet als slaapkamer van de bewoners.
1924-timmermansplankjeOf het kleine plankje dat men toevallig vond: ’Timmerbedrijf Buwalda’ staat erop, inclusief een bouwschets in potlood, die uit de laat 19e eeuw moet komen. ”Helaas staat er geen datum bij.”
”Het is heel interessant om binnen te mogen kijken,” zegt Kist, in het dagelijks leven collectievormer bij Tresoar. ”Van oude boerderijen en woningen is vaak vooral historisch materiaal over de buitenkant, zoals foto’s. Maar de binnenkant, het interieur, werd eigenlijk niet gefotografeerd. Wij maken foto’s en tekenen de verhalen van de bewoners op. Die komen – geanonimiseerd – in een database. Het is dan aan onderzoekers om verbanden te leggen.  Het gaat ons niet zozeer om een perfecte historische reconstructie, maar om wat er van vroeger nu nog aanwezig is.” 
Dat is in dit geval nog behoorlijk veel, ondanks de voortschrijdende tijd, ondanks de brand. Ottoline pakt een multomap met daarin een kleine twintig stukken behang. ”Al die behangen zaten nog over elkaar heen geplakt. Die hebben we voorzichtig van de muren geplukt.”
De map geeft een mooi beeld  van welk nieuw behang er om de paar jaar werd aangebracht in de 19e en 20e eeuw. ”Bij onze laatste verbouwing, die nu ongeveer klaar is, hebben we het verlaagde plafond ook weer weggehaald, en heeft het nu weer de hoogte die het vroeger had en de prachtige balken in het zicht.” Voor Ottoline en  Anno is het achterhalen van de geschiedenis van hun boerderij inmiddels een echte passie geworden. ”Zo hebben we deze eigenaardige ronde vensterbanken,” zegt Anno. 1924-tonnetjesvensterbanken”Tonnetjesvensterbanken noemen we ze. Die hebben we nog nooit ergens anders gezien. We hebben zelfs wel eens bij boerderijen in de regio aangebeld om te vragen of er ook zulke vensterbanken zijn. Ik kijk ook wel op funda.nl als er weer een boerderij te koop staat,  puur om te zien of ik elementen herken die wij hier ook hebben.”
Zo had het echtpaar veel vragen over hoe het oorspronkelijke plafond eruit zag. Anno: ”We hadden het heel fijn gevonden als we deze en andere vragen die bij de verbouwing/ restauratie boven kwamen, via een database hadden kunnen beantwoorden. Daarom zijn we blij met het werk van de Stichting Interieurs in Fryslân. We hopen dat andere mensen ook hun historische elementen laten inventariseren, zodat uitwisseling van kennis mogelijk wordt.”
Ottoline vult aan: ”We zijn met onze map met behangsnippers bij een behangmuseum in Frankrijk geweest, om te zien of zij er meer van wisten. En we hebben de Stichting Historische Behangsels en Wanddecoraties gevraagd: zij konden de stukken oud behang aardig goed dateren. Dan kom je er achter dat er überhaupt zo’n stichting bestaat!”
”De kennis, kunde en zorg van en voor interieurs – in de breedste zin van het woord – in Fryslân bevorderen,” dat is de doelstelling van de stichting. Eerder inventariseerde men al in Súdwest-Fryslân, nu is Waadhoeke aan de beurt. ”Als mensen zich bewust worden van de waarde van hun interieur
hopen we dat ze er ook goed mee omgaan,” zegt Kist. Dat moet ook voorkomen dat elementen zomaar worden verwijderd, want ondanks een  toenemende interesse in het onderwerp staat het Friese historische interieurgoed onder druk.
Dat belang hoeft Ottoline en Anno niet uitgelegd te worden.
Welke prangende vragen hebben ze nog over hun eigen woning? ”Wat waren de originele  kleuren op de muren en van het behang? Waar komen die vensterbanken vandaag? Is de schouw origineel of niet? Hoe meer je je in de geschiedenis verdiept, hoe meer vragen het oproept,” zegt Ottoline. Anno vult aan: ”Je moet geen haast hebben met deze hobby! Je achterhaalt niet alles, en elk  antwoord dat je wel boven water krijgt leidt weer tot nieuwe vragen. Maar dat maakt het ook zo interessant. De geschiedenis komt weer tot leven.”
Kijk voor meer informatie over Stichting Interieurs in Fryslân op:www.interieursinfryslan.nl

Bij de foto's, boven; Kist, Huidekoper en Van der Kreek bekijken het plafond.

Midden: Het oude timmermansplankje met de schets van een sierlijke boog.
Daaronder: De ’tonnetjesvensterbanken’ 
1924-stukken-zeer-oud-behang
Stukken behang van meer dan honderd jaar geleden, zorgvuldig van de muur gehaald en bewaard.

Bildtse Post